Welkom op deze Site Schijndel
- ''Toen
en Nu''
-
-
-
-
Hier kunt u foto's vinden van het plaatsje
- Schijndel van vroeger en nu
Klik op een van de bruine tekst
Bolsius
-
Nu elke week het mededelingen blad
Contact
-
-
dat toen werd uitgegeven aan het personeel
-
-
Januari
1950 Januari t/m Mei

-
en de
Oorlog''s jaren,
Pentekeningen,
Links.
Ik wens u veel kijk
plezier toe bij het bekijken van de foto's. Heeft U nog oude foto’s, en u
wilt ze zien op deze site, Ze zijn van harte welkom.
-
-
reactie
Met een oppervlak van 4.155
ha behoort Schijndel tot een van de kleinere gemeenten in Nederland.
De
bevolking van Schijndel groeide met name in de 19e eeuw. Schijndel groeide in
korte tijd van 6.126 inwoners in 1921 tot ruim 23.000 inwoners nu. Historie van Schijndel Voor zover bekend, wordt Schijndel voor het eerst
genoemd in een schrijven van Hertog Jan II, die in het jaar 1299 octrooi (=
machtiging) gaf tot het oprichten van de Couveringse Molen. In zijn brief komt
Schijndel voor onder de naam ’Skinle’. Deze naam zou zijn ontstaan te danken
hebben aan een eikenbos, waar men in die tijd schors (skin) ging halen voor het
bereiden van run. Run werd gebruikt bij het looien van huiden. Volgens andere
bronnen is de naam Schijndel gevormd uit de woorden schijn (spook) en loo (bos),
schijnloo: spookbos.
De uitgifte van de gemeente Op 6 december 1309 werd de ’gemeynte’
Schijndel door Hertog Jan II aan de inwoners uitgegeven.
Deze uitgifte wordt in
het algemeen aangemerkt als stichtingsakte. In deze akte werden de dorpsgrenzen
vastgelegd en werd het recht verleend om vreemd vee uit de ’gemeynte’ te weren.
De daaropvolgende eeuwen werd de ’Heerlijkheid van Schijndel’ vele malen verpand
en toegeëigend. Tot het jaar 1612. Dat jaar kochten de burgers van Schijndel de
heerlijke rechten van de toenmalige hertog af voor € 1.021,01.
Armoede in de 16e en 17e eeuw Tijdens de Tachtigjarige Oorlog, van
1568 tot 1648, werd Schijndel vrijwel geheel verwoest en leeggeroofd. Na 1648
behoorde Brabant tot de generaliteitslanden, waardoor het werd beschouwd als een
wingewest van de Republiek der Verenigde Nederlanden. De Staten-Generaal van de
Republiek streefde naar uitroeiing van het katholicisme, het onmogelijk maken
van elke ontwikkeling en het weren van handel en industrie. Het vroeger
bloeiende dorp Schijndel, dat in 1650 ongeveer 375 huizen telde, verviel tot
bittere armoede.
Het ontstaan van ambachten In de eeuwen daarna heeft Schijndel zich
geleidelijk weer tot een meer welvarend dorp ontwikkeld. Vanouds kende het
voornamelijk landbouw en veeteelt. Door de aanwezige houtrijkdom ontstonden er
in de loop der jaren ook ambachten zoals het maken van klompen, hoepels en
manden. Daarnaast bevorderden de teelt van hop en de handel daarin het
bierbrouwen, zodat er in het jaar 1716 zelfs zeven brouwerijen waren.
De eerste verkeersverbindingen Schijndel, vanouds verdeeld in vijf
gehuchten (te weten Wijbosch, Elschot, Borne, Lutteleind en Broekstraat) kende
tot 1740 alleen zandwegen. In 1740 kwam de eerste weg van keistenen. Dit was een
weg van ’s-Hertogenbosch naar Best. Bijna een eeuw later, in 1830, volgde de
ingebruikname van de Zuid-Willemsvaart. De ontsluiting van de gemeente kwam in
1873 echter pas goed op gang door de aanleg van de spoorlijn Boxtel-Gennep (in
de volksmond bekend als ’Duits lijntje’) en door de tramlijn
’s-Hertogenbosch-Eindhoven in 1899.
Welvaart in de 19e eeuw In de 19e eeuw werd in Schijndel het
leerlooiersbedrijf uitgeoefend. Zo telde het dorp in 1865 zeven leerlooierijen.
Omstreeks 1850 waren de landerijen over het geheel genomen niet meer toereikend
om daarvan te kunnen bestaan en is men zich meer gaan toeleggen op de handel.
Daarbij bleven de houtproducten, zoals klompen en hoepels, een belangrijke
plaats innemen. In de Molenheide werd sinds 1898 een steenfabriek geëxploiteerd.
In de periode van 1900 tot 1925 werkten op deze fabriek bijna 150 personen. In
1930 werd de steenfabricage gestaakt.
Doorslaggevender voor de welvaart van Schijndel waren de oprichting van de
waskaarsenfabriek van de familie Bolsius in 1871, en de kousenfabriek van Jansen
de Wit in 1915. Van belang was ook het besluit van pastoor A. van Erp in 1836 om
een zusterklooster in Schijndel te stichten. De zusters gaven onderwijs aan
meisjes en verzorgden bejaarden.
De bevolkingsgroei
Het inwonertal van de gemeente Schijndel begon in de 19e eeuw toe te nemen.
De groei van de bevolking
was daarvoor beperkt gebleven door armoede en het op latere leeftijd huwen of
ongehuwd blijven vanwege het gebrek aan bestaansmogelijkheden. In 1921 had
Schijndel 6.126 inwoners.
Het voorlopig aantal
inwoners per 31 December 2011 is
23044
Wij
wensen u veel plezier op deze site.
Theo van
Veghel - Schijndel



-
Leo
van Schijndel
-
Lid
van De Heemkundekring Schijndel.
Webmaster
|